Als er één woord is waar performer Soula Notos de kriebels van krijgt, is het ‘normaal’. ‘Wie bepaalt wie erbij hoort?’

Schrijver en filmmaker Nafiss Nia interviewde Soula voor Trouw.
In haar column vraagt Nafiss nieuwe Nederlanders welke woorden ze hier als eerste leerden en welke hun bijbleven. Vandaag: ‘Sleutel’, ‘Eusch’, en ‘Normaal’.
Soula Notos is een in Tilburg opgegroeide tweede generatie Griekse, die sinds haar studie psychologie en genderstudies in Utrecht woont. Ze volgde daarnaast de opleiding tot uitvoerend theatermaker aan de Amsterdamse Theaterkade. Ze is een veelzijdige maker en performer (theater, storytelling, spoken word, stand-upcomedy), die al twintig jaar op het podium staat.
Ze tourde met meerdere eigen voorstellingen, waaronder Wie ben je als niemand kijkt? en Gurbet – or how I became rich. Met haar solo Wie ben je als niemand kijkt? stond ze op verschillende festivals, in Oslo, Amsterdam, Utrecht, Praag en Londen, en ook op Oerol en Festival Boulevard. Sinds maart 2023 organiseert en presenteert ze de tweemaandelijkse Soula’s Storytelling Nights, in samenwerking met Theater Kikker. Ze is lid van het Utrechtse gezelschap het Comedyhuis. Ze probeert te verbinden, verandering teweeg te brengen, mensen te laten lachen en zichtbaar te maken wat tot dan toe onzichtbaar bleef.
“Ik ben hier geboren, als eerste van de familie, maar we spraken thuis Grieks en een Slavisch dialect. Toen ik drie was, werd ik anderhalf jaar bij mijn opa en oma in Griekenland achtergelaten. Toen ik terugkwam, begreep ik de mensen om me heen niet meer, terwijl ik daarvoor wel Nederlands sprak. Ik voelde me alsof ik onder een stolp zat, van een afstand kijkend en luisterend. Dat gevoel heb ik heel lang gehouden.
“Het eerste woord dat me echt is bijgebleven is sleutel. Ik was zeven en een van de weinige kinderen die alleen naar huis gingen, met een sleutel om mijn nek. Mijn ouders werkten allebei in de fabriek en er was niemand om me op te halen. Ik herinner me nog goed dat ik in de zesde klas overbleef met Jeroen, een andere jongen uit de school. Hij was fan van The Who, ik van Elvis, ik had geen idee wie The Who waren.
“Uitdrukkingen bleven lang een mysterie voor mij. Ik weet nog dat ik in de zesde klas de meester op het bord zag schrijven ‘wat in het vat zit, verzuurt niet’, en dacht wat zit in welk vat? Inmiddels ken ik ze zo goed dat ik hardop verbeter als iemand op tv twee gezegdes door elkaar haalt.”

Eusch
“Mijn favoriete woord bestaat alleen in Tilburg, waar ik opgroeide en ooit zo graag weg wilde. Het is eusj, en het betekent zoiets als ‘wat erg’. Anja en Marco zijn uit elkaar, eusj! Ik omhels dat woord nu juist, want het verbindt me met mensen uit Brabant op een manier die ik lang heb willen ontvluchten. Een Turkse collega die ook uit Tilburg komt, voelt nu juist als familie want ze is ook opgegroeid met eusj. Hoe meer je in elkaar herkent, hoe minder afstand je voelt.”

Normaal
“Ik had eigenlijk de toneelschool willen doen, maar als arbeiderskind durfde ik dat niet eens hardop uit te spreken. Toch ben ik via een omweg op het toneel terechtgekomen, en de wetenschappelijke achtergrond die ik daarnaast heb, had ik niet willen missen.
“Het woord waar ik het meest op afknap, is normaal. ‘Doe maar normaal’, zeggen ze, alsof er een vaste maat bestaat waar ik als kind al niet aan voldeed, simpelweg om mijn lengte en achtergrond.
“Ook standaard vind ik een lastig woord, want wiens perspectief staat op de voorgrond? Toen mijn appartement werd gerenoveerd, hingen ze de keukenkastjes en de badkamerspiegel op standaardhoogte, en moest ik zelf op eigen kosten laten aanpassen wat voor mij niet werkte. Normaal is eigenlijk gewoon standaard, en ik krijg er de kriebels van als politici het woord gebruiken om te zeggen wie erbij hoort en wie niet.
“In mijn werk omarm ik juist het tussenland, de plek waar ik met zoveel anderen sta en waar verschillende perspectieven naast elkaar mogen bestaan. In mijn storytelling-workshops zeg ik ook altijd tegen mensen: breng alle talen die in je zitten de ruimte in, want ze horen bij jou. Ik wil laten zien dat we met velen zijn, dat normaal niet bestaat. Daarom heet mijn volgende voorstelling dan ook Welkom in het Tussenland.”



