'Zelf wil Leo het liefst gevonden worden, maar dat zal hij nooit toegeven.'
Vanaf woensdag 28 januari t/m woensdag 11 februari staan Rinske Bouwman & Inge Wannet in nachtclub KABUL à GoGo met After Hours. In deze voorstelling pelt After Hours de glans van de nacht af en daagt het je uit om na te denken over wie we zijn als het licht weer aangaat. Met hoofdtelefoons op krijg je een unieke theaterervaring op locatie, waar gevonden voorwerpen een stem krijgen en de pompende beat van de nachtclub naklinkt. Wij hebben theatermakers Rinske Bouwman & Inge Wannet een paar vragen gesteld over de voostelling After Hours!
Is geluid altijd het vertrekpunt voor jullie voorstellingen, of is het meer een middel om de ervaring te versterken, zoals een personage dat meespeelt?
We vinden het heel tof om te spelen met wat audio kan doen binnen een theatrale ervaring: hoe geluid je blik kan sturen, een binnenwereld hoorbaar kan maken en dat wat afwezig is toch aanwezig kan laten zijn. Door het gebruik van hoofdtelefoons kunnen we heel dichtbij het publiek komen en tegelijk een extra laag openen naast wat er fysiek te zien is. Het geeft de mogelijkheid om meerdere personages op te voeren die je alleen hoort.
Geluid is voor ons geen vast vertrekpunt in de zin van: eerst het geluid en dan de rest. Het speelt mee als een personage, soms leidend, soms op de achtergrond. After Hours speelt in de nachtclub bij daglicht, een plek die zijn wetten verliest zodra het tl-licht aangaat. Vanuit dat beeld begonnen ook mijn ideeën over hoe we het geluid kunnen inzetten zich te vormen. Tijdens het repeteren speelt de audio altijd mee en krijgt die gaandeweg zijn vaste vorm.
In After Hours begint het verhaal pas als de laatste clubgangers het pand verlaten hebben. Waar kwam de inspiratie vandaan om specifiek deze kant van het nachtleven uit te lichten?
We hebben allebei een grote voorliefde voor liminal spaces, plekken waar je nooit heen gaat, maar waar je wel aan voorbijgaat. Zoals gangen, trappenhuizen, tunnels van de metro, etc. Wij dachten: wij kennen die ruimtes als plekken waar je snel aan voorbij gaat, maar er is ook een groep mensen die die ruimtes op een hele andere manier kent, denk aan schoonmakers, stratenmakers, schilders. Dat principe wilden we uitwerken in een voorstelling, en waar is dat contrast groter dan in een nachtclub? Wij kennen de club als een drukke plek vol warmte, feest, pompende beats, en de schoonmaker kent het als een lege ruimte met hoekjes en gaatjes, gevonden voorwerpen en stilte. We willen het publiek uitnodigen om eens vanuit een ander perspectief naar een plek te kijken, en om dat na de voorstelling ook te doen: hoe komen er eigenlijk schone theedoeken aan de haakjes op je werk? Wie zorgt er ‘s nachts voor dat het pand bewaakt wordt? Hoe blijft de vloer van het station zo schoon?
Eerder maakten jullie Nachtkraaien, een locatietheatervoorstelling op een vlot van tien bij tien meter, drijvend op het IJ in Amsterdam. En Dubbel Glas, een audiotheatervoorstelling die het publiek thuis ervoer, midden in de lockdowns van de coronapandemie. Wat hebben jullie daaruit meegenomen naar After Hours?
Rinske: Een voorstelling op een vlot op het IJ spelen is fantastisch, maar het brengt wel uitdagingen met zich mee. Eén van de spelers moest pas na een tijdje op: hij had een fantastische entree, vanuit de verte met een roeibootje. Maar op een specifieke avond moest hij heel nodig plassen en dat klotsende water om hem heen hielp natuurlijk niet. Volgens mij heeft hij toch zijn kostuum maar even opengeritst! Hij verscheen net op tijd voor zijn cue.
Inge: Dubbel Glas was misschien wel het tegenovergestelde: deze voorstelling was puur audiotheater, zonder acteurs. Alles moest ontstaan in de hoofden van het publiek thuis.. We konden alleen spelen met elementen waarvan we dachten dat iedereen die wel in huis had, zoals een raam, waar we het publiek op lieten ademen zodat er condens ontstond.
In After Hours brengen we het beste van allebei samen. Het is echt locatietheater, waarin de ruimte een grote rol speelt, zoals bij Nachtkraaien. Tegelijkertijd zorgt de audio voor een extra verbeeldingslaag, zoals bij Dubbel Glas. Terwijl je als publiek gewoon zit en kijkt, opent het geluid een binnenwereld: de nacht klinkt nog na, objecten krijgen een stem en de ruimte wordt meer dan wat je ziet.
Zijn jullie zelf weleens iets kwijtgeraakt in de club? Of hebben jullie ooit tijdens een avondje stappen iets gevonden en meegenomen?
Inge: Ik heb een keer een trui gevonden aan het einde van de avond in de hoek van een club. Hij zat onder het bier, en was echt goor. Ik wilde hem afgeven aan de bar maar ze wilden hem niet aannemen. Toen heb ik hem meegenomen, waarom weet ik ook niet precies. Maar thuis heb ik hem gewassen en het bleek een hele mooie trui. Ik draag hem nog steeds. Zelf ben ik een keer mijn analoge camera verloren. Daar baalde ik ontzettend van, want er zat een bijna vol rolletje in van een hele leuke zomer. Stiekem hoop ik dat degene die de camera gevonden heeft de foto’s heeft ontwikkeld en er nog af en toe naar kijkt.
Rinske: Ik heb een keer een mens gevonden toen ik mijn jas zocht in de garderobe (die bestond uit een gigantische berg jassen). Hij was daar in slaap gevallen. Ik ben zelf niet iets kwijtgeraakt in de club, misschien mijn schaamte? Haha! Het gekste wat ik in het algemeen ben kwijtgeraakt zijn mijn cowboylaarzen. Opeens waren ze weg. Ik snap nog steeds niet hoe dat nou kon.
In de voorstelling neemt de schoonmaker, gespeeld door Roán ten Cate, het publiek mee in zijn wereld. Maar wie is deze schoonmaker precies? Wat kunnen jullie over hem vertellen? En hoe wisten jullie dat Roán de juiste persoon was om dit personage tot leven te brengen?
Rinske: Roán speelt Leo, een man die ontzettend geniet van schoonmaker zijn. Hij weet voor elke vlek een oplossing en voert vol overgave zijn werk uit. Van kinds af aan wilde hij al schoonmaker worden. Het ging: schoonmaker, als dat niet kan: brandweerman, al dat niet kan: profvoetballer. Hij verzamelt gevonden voorwerpen omdat hij ervan overtuigd is dat ze niet kwijtgeraakt zijn, maar zich hebben laten verliezen. Zelf wil Leo het liefst gevonden worden, maar dat zal hij nooit toegeven.
Inge: We hielden tijdens de casting kennismakingsgesprekken met hele verschillende acteurs. Dat deden we gewoon in het café. Toen Roán binnenkwam, vond ik zijn loopje eigenlijk al heel goed bij Leo passen. Tijdens het gesprek vroegen we ook een stukje tekst voor te lezen. Toen hij ons beiden helemaal wist te raken met de tekst, zomaar in een vol café wist ik: dit zou hem wel eens kunnen zijn. Roán legt -vind ik- ideale balans tussen kwetsbaarheid en vervreemding in het personage.
Is er na de voorstelling nog tijd en ruimte om los te gaan op de dansvloer of worden we door de schoonmaker het pand uitgezet?
Inge: Als Leo coulant is mag je misschien nog even blijven voor een drankje…
Rinske: Alles wat in de club achterblijft wordt vernietigd als het niet binnen twee weken opgehaald wordt door de rechtmatige eigenaar, dus ook het publiek.


